Hoogbegaafde kinderen met een motorische ontwikkelingsachterstand

Oefentherapie Cesar kan uitkomst bieden

Hoogbegaafd motoriek motorische ontwikkeling kinderoefentherapie

Auteurs:
Mignon Biesta Detti Steeman

‘Het verschil zit hem in het aanbieden van de oefenstof’
‘De uitdaging voor hoogbegaafde kinderen is het bereiken van de vaardigheid’
‘Om te automatiseren is herhaling noodzakelijk’

Sommige kinderen vallen meteen op, omdat ze onhandig zijn, niet graag buiten spelen, het eng vinden om te schommelen en niet graag klimmen en klauteren. Ze hebben moeite met het vangen van een bal, of het huppelen wil maar niet lukken. Mignon Biesta en Detti Steeman zijn beiden oefentherapeuten Cesar en behandelen in hun eigen praktijk voor oefentherapie kinderen met een motorische ontwikkelingsachterstand. Voor hoogbegaafde kinderen is speciale aandacht, met name voor de onvermijdelijke oefenstof die, om hoogbegaafde kinderen aan het werk te krijgen, uitdagend en aantrekkelijk moet zijn.

1. Inleiding

Over het algemeen worden kinderen bij een praktijk voor oefentherapie Cesar aangemeld als zij in de basisschoolleeftijd zijn. Na aanmelding en een intakegesprek met de ouder(s) zal een motorisch onderzoek plaatsvinden. De therapeut zal kijken naar het evenwicht, de grove motoriek, de fijne motoriek en oog-handcoördinatie, complexe vaardigheden (waarbij gelijktijdigheid een rol speelt), het lichaamsschema, de ruimtelijke oriëntatie en het schrijven.
Hoogbegaafde kinderen kunnen net als alle andere kinderen motorische problemen hebben. En net als die kinderen worden zij dan bij een praktijk voor oefentherapie Cesar aangemeld. Soms is door de intake bij de therapeut al bekend dat het kind hoogbegaafd is. Ouders hebben dit dan tijdens het gesprek al aangegeven. Maar het komt ook voor dat de therapeut degene is die op grond van zijn waarnemingen bij ouders meldt dat hun kind hoogbegaafd zou kunnen zijn. Voorwaarde is dan natuurlijk wél dat de betrokken therapeut op de hoogte is van de signalen die hoogbegaafde kinderen kunnen afgeven. In die gevallen is het verstandig dat verder onderzoek wordt geadviseerd.
In principe is er geen verschil in het motorisch onderzoek en de opbouw van de therapie tussen hoogbegaafde kinderen en normaal begaafde kinderen. De manier waarop de oefenstof wordt aangeboden moet echter wel verschillend zijn. Laten we eerst eens kijken naar de signalen die hoogbegaafde kinderen kunnen afgeven en vervolgens kijken hoe de therapie aan de leereigenschappen van het hoogbegaafde kind kan worden aangepast. We doen dit aan de hand van de casus van Joris.

‘Joris is ruim 6 jaar als hij naar onze praktijk wordt verwezen. Hij is net begonnen in groep 4. Het schrijven was het afgelopen jaar een probleem en nu valt het op dat hij tijdens het speelkwartier liever binnen blijft zitten lezen. De dagen waarop hij gymnastiek heeft, heeft hij minder zin om naar school te gaan.
Tijdens het onderzoek is Joris spontaan, hij vraagt direct wat we allemaal gaan doen. Als hij aan het werk is, werkt hij geconcentreerd. De opdrachten worden goed begrepen.
Uit het onderzoek komt het volgende. Er is een lage basisspanning, maar tijdens het bewegen wordt er teveel spanning gemaakt. De evenwichtsreacties zijn voldoende. De motorische basisvaardigheden (hinkelen, springen ….. ) worden voldoende beheerst. De complexe vaardigheden zoals lopen en tegelijk klappen, huppelen en touwtje springen kosten duidelijk moeite en Joris heeft tijd nodig voor deze opdrachten. Ook hierbij zie je dat hij vooral in de schouders veel spanning maakt.
Het ballen met de grote bal is voldoende voor zijn leeftijd, lopen en tegelijk de bal stuiten lukt echter nog niet. Het vangen van de kleine bal met 1 hand gaat met onvoldoende oppositie van de duim. Dit is ook te zien bij het hanteren van klein materiaal. De hand- en vingermotoriek gaat matig gedifferentieerd. De sturende vinger is meestal de middel-vinger. Er is een voorkeur voor de rechterhand. Het schrijven gaat met veel spanning, er zijn meebewegingen van de mond. De linkerhand ondersteunt de rechterhand niet, de middellijn wordt niet gekruist.’

2. Het onderzoek

Vanaf ongeveer 6 jaar wordt de enkelvoudige kleutermotoriek (motorische basisvaardigheden) toegepast in complexe vaardigheden zoals het schrijven, zwemmen, touwtje springen en de verschillende sporten (vooral balsporten).
Dat is de leeftijd waarop de meeste kinderen naar groep 3 gaan. Zo kan het gebeuren dat hoogbegaafde kinderen vaak al in groep 3 of hoger zitten als zij worden aangemeld.
Vaak gaat het om jonge leerlingen die een groep hebben overgeslagen. Zelden worden zij al in de kleuterleeftijd verwezen. Zij lijken vooral vanaf groep 3 hinder te ondervinden van hun zwakke motoriek. Pas dan leren kinderen echt schrijven en vragen ook de spelletjes meer geautomatiseerde vaardigheden.
Tijdens het onderzoek van hoogbegaafde kinderen valt over het algemeen het volgende op.
– Zij hebben tijd nodig voor de complexe vaardigheden. Er wordt lang nagedacht over hoe vaardigheden moeten worden uitgevoerd. Soms blijven zij denken en komen daardoor niet tot een snelle geautomatiseerde uitvoering. Dit was waarschijnlijk niet eerder opgevallen omdat de snelheid bij kleuters nog niet echt beheerst hoeft te worden.
– Vaak zijn meebewegingen te zien die wijzen op een nog onvoldoende eigen gemaakte lateralisatie (links/rechtscoördinatie) welke nodig is voor een goede samenwerking tussen links en rechts. Bij een goede lateralisatie krijgen de handen ieder hun eigen functie, de sturende en de ondersteunende hand. Bij een rechtshandige schrijver is rechts de sturende, schrijvende hand en links de ondersteunende hand, die het papier vasthoudt. De samenwerking tussen beide handen is belangrijk voor een goed resultaat.
– Daarnaast valt het op dat de opdrachten snel worden begrepen, dat zij erg verbaal ingesteld zijn en dat zij vele vragen stellen zoals: ’ waarom moet ik dit doen?’, ‘Waar kijk je naar?’, ‘Je let zeker op….’.

3. De behandeling

Uit de voorgaande casus komt naar voren dat er bij Joris geen goede spanningsregulatie is. Er wordt vaak teveel spanning gemaakt. Joris zit nog in de symmetrische motorische ontwikkelingsfase, de lateralisatie is nog onvoldoende ontwikkeld. Hij heeft moeite met de complexe vaardigheden, hij komt onvoldoende tot de geautomatiseerde beweging, hij moet er bij blijven denken. Het schrijven verloopt niet soepel, het tempo is te laag, ook al wil hij snel, en er is ook hier sprake van een onvoldoende automatisering.
Een goede basishouding is nodig om gecoördineerd, met voldoende sturing en dosering van kracht te kunnen bewegen. In eerste instantie is het dan belangrijk om aan de spannings-regulatie te werken voor de goede basishouding. Omdat Joris nog in de symmetrische fase zit, wordt gekozen om met symmetrische oefeningen te beginnen. Bovendien zien we dat Joris onvoldoende komt tot geautomatiseerd bewegen. Dit heeft te maken met een nog onvoldoende links/rechtscoördinatie, weinig herhaling en de neiging om te blijven denken bij basisvaardigheden. En zolang hij blijft denken kan hij niet in hoog tempo meerdere dingen tegelijk doen. In de casus zien we hoe met Joris geoefend gaat 4 worden. Daarbij wordt veel aandacht geschonken aan de leereigenschappen van het hoogbegaafde kind. Herhaling wordt zoveel mogelijk vermeden en Joris wordt mede verantwoordelijk gemaakt voor het bedenken van de oefeningen, dat laatste komt tegemoet aan zijn behoefte aan autonomie.

‘Joris ligt op zijn buik op een wigkussen (opbouw goede spanning) en hij krijgt de opdracht om alle tennisballen, die in een bak naast hem liggen, op een grote mat te rollen, die op 3 meter afstand ligt. Hij rolt de bal met 2 handen tegelijk (symmetrie). Op het moment dat hij de bal weggerold heeft moet hij zeggen of de bal op de mat zal komen en zo niet of hij dan de volgende keer harder of zachter moet rollen. Na iedere ronde wordt geteld hoeveel ballen er nu op de mat liggen. Als alle ballen op de mat liggen, rolt de therapeut de ballen 1 voor 1 terug naar Joris. Hij ligt nog steeds op het wigkussen en hij moet de ballen met de rechterhand oppakken, dan deze doorgeven aan de linkerhand en ze met de linkerhand in de bak leggen (samenwerking van links en rechts). De therapeut rolt de ballen steeds sneller en zij stopt pas als Joris (volgens afspraak) ‘ stop’ zegt.
Op de vraag hoe hij dit spel anders kan doen bedenkt hij verschillende variaties zoals: alleen met rechts rollen, alleen met links rollen, om en om met rechts en links rollen, 2 ballen tegelijk rollen.’

4. Hoogbegaafde kinderen

Kinderen maken zich de motorische vaardigheden spelenderwijs eigen. Bij de therapie is een algemeen uitgangspunt spel en het beleven van plezier. Daarin ligt meestal de uitdaging voor de kinderen.
Bij hoogbegaafde kinderen ligt de uitdaging meer in het bereiken van de vaardigheid (cognitieve uitdaging). Als het ze eenmaal gelukt is, lijken ze te denken de vaardigheid te beheersen en willen ze iets nieuws of iets dat moeilijker is.
Om een motorische vaardigheid te automatiseren is herhaling echter noodzakelijk. Doorgaans staat dit hoogbegaafde kinderen tegen. Door het spel aantrekkelijk te maken door veel variaties aan te bieden en de kinderen zelf een actieve rol te laten spelen bij het bedenken van variaties kan toch door herhaling de vaardigheid geautomatiseerd worden. Een duidelijk voorbeeld van de noodzaak tot herhaling om vaardigheden te automatiseren is het aanleren van letters. Als hoogbegaafde kinderen een ‘a’ geleerd hebben willen zij direct andere letters leren om woorden te kunnen schrijven. Echter om snel woorden te kunnen schrijven moeten de letters en verbindingen geautomatiseerd zijn en dit vraagt oefening.

5. Een uitdagende therapie

De navolgende voorbeelden illustreren hoe de therapie voor hoogbegaafde kinderen uitdagend gemaakt kan worden waardoor de weerzin tegen herhalen en automatiseren afneemt. Weer kijken we naar Joris.

‘Joris krijgt de opdracht de gekleurde matjes (30×30 cm) in een lange rij te leggen op gelijke afstand, zodat hij er makkelijk overheen kan lopen. Als de weg er ligt moet hij:
– Eroverheen lopen
– Eroverheen lopen en de kleuren zeggen
– Eroverheen lopen, de kleuren zeggen en tegelijk in zijn handen klappen
– Eroverheen springen
– Springen en klappen
– Spreid/sluit sprong eroverheen
– Idem met klappen bij de sluit
– Idem met klappen bij de spreid
– Met 2 tennisballen, de bal met de rechterhand stuiten als hij met het linkerbeen een stap maakt en met de linkerhand stuiten als hij met het rechterbeen een stap maakt
– Variaties van de vorige met kleuren noemen, tellen etc.
– Eigen variatie bedenken’

Maar er is meer mogelijk voor Joris. Spanningsregulatie en links/rechtssamenwerking worden natuurlijk ook aan tafel geoefend. Bijvoorbeeld met diverse vouwoefeningen.
Vouwen vraagt een goede basishouding en spanningsregulatie om het netjes te kunnen doen. Er is een afwisseling van symmetrie en links/rechtssamenwerking. Vooral in de basisvouwen wordt veel herhaling gevraagd, terwijl het resultaat 6 varieert. Het zelf uit kunnen zoeken hoe iets in elkaar zit vormt een goede uitdaging. Het komt regelmatig voor dat ze zelf nieuwe vouwsels verzinnen.
Joris heeft ook moeite met schrijven. Er is al veel aan de voorwaarden gewerkt, maar het automatiseren van letters en verbindingen moet bij hem nog worden geoefend.

‘In een les worden 5 a 6 letters geoefend, die eenzelfde basis hebben(a,d,g). Elke letter wordt op dezelfde manier aangeboden. De beoordeling van het resultaat wordt door Joris gedaan. De door Joris gekozen ‘mooiste’ uitvoering wordt een aantal malen overgetrokken. Als alle 6 letters zo geoefend zijn, is de opdracht (voor thuis) om zoveel mogelijk woorden van deze letters te maken.’

Hoogbegaafde kinderen met motorische problemen hebben het vaak erg moeilijk. Het verschil tussen geestelijke en lichamelijke ontwikkeling kan deze kinderen vrij groot zijn. Wanneer de motoriek erg achterblijft is behandeling noodzakelijk. Oefentherapie Cesar kan uitkomst bieden mits de therapeut hoogbegaafdheid herkent en erkent en bereid is zijn behandelingswijze aan te passen aan de behoeften van het kind.

De auteurs zijn voor reacties via e-mail bereikbaar.
Detti Steeman: detti@kinderoefentherapiedolo.nl
November 2001

Download: Hoogbegaafde kinderen met een motorische ontwikkelingsachterstand